Yamina Benahmed Daho – Uit het hoofd 20/04/2020 – Posted in: Boekbesprekingen

“Door het raampje van de wasmachine zag ik mijn wasgoed door elkaar geschud worden in de trommel, die langzaam in de ene en daarna in de andere richting draaide alvorens te versnellen, en ik dacht bij mezelf dat dat perfect weerspiegelde wat er sinds de nacht van 1 januari in mijn hoofd aan de gang is.”

Aan het woord is Alya, een jonge Parijse vrouw die in de vroege ochtend van nieuwjaarsdag het slachtoffer is van een aanranding in de pikdonkere hal van het huis waar een vriendin woont. Na een angstaanjagende worsteling, die zo treffend beschreven is dat je als lezers meermaals naar adem moet happen en plaatsvervangend last krijgt van claustrofobie, is ze haar aanrander te slim af en slaagt erin de straat op te vluchten. Daar loopt ze pardoes tegen een vroege, behulpzame wandelaar aan en redt zichzelf zo het vege lijf.

Dat ingrijpende incident en de verstrekkende psychologische gevolgen ervan vormen het uitgangspunt van ‘Uit het hoofd’, de onlangs verschenen novelle van de Franse schrijfster Yamina Benahmed Daho (uitstekend vertaald door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen). Uit gesprekken – lees monologen –  met politiebeambten, psychiaters, psychoanalytici en uiteindelijk een rechter en jury, krijgt de lezer een steeds scherper beeld van de werking en beperking van het menselijk geheugen. In het geval van Alya heeft dat geheugen niet alleen af te rekenen met de dagelijks groeiende afstand tussen verleden en heden, en dus een voortdurende lichte wijziging in perspectief, maar ook met angst, frustratie, ongeloof, woede, sociaal en psychisch isolement, onzekerheid en verlangen naar zorgeloze tijden: “Hoe graag zou ik nu niet de aanhoudende stroom akelige beelden van de aanrandingspoging verjagen met die onverklaarbare macht van mijn moeder, doe met een tedere aai van haar handrug de spoken verjaagde en de nachtmerries verdreef, terwijl ze fluisterde Wees maar niet bang.”

De weg naar een hernieuwd geestelijk evenwicht leidt Alya via herinneringen aan een familiedrama in Algerije, langs een emotioneel nulpunt dat enkele jaren aanhoudt naar een soort van loutering als ze Simon ontmoet. Die biedt haar de mentale en lichamelijke steun die ze al zo lang zoekt, toont begrip voor haar wankelmoedigheid, laat haar in haar beschadigde waarde, gelooft haar en reikt haar op die manier de handvaten aan die ze nodig heeft om zich op te trekken uit het moeras waarin ze zich bevindt.

Benahmed Daho is spaarzaam met woorden, ze lijkt ze eerst in een weegschaal te leggen voor ze de woorden in haar verhaal opneemt, en houdt voldoende afstand van haar hoofdpersonage om niet in de vele valkuilen van emotionaliteit en ongenoegen te trappen die bij deze thematiek om de hoek loeren. Ook als ze over de rand van zo’n kuil helt, erin vallen doet ze niet. Dat is een van de kwaliteiten van dit boek. Een andere kwaliteit is dat ze zich bewust beperkt tot het schetsen van het portret van een vrouw die uiterst moeizaam opstaat na een diepe mentale val, en niet de intentie heeft een gedetailleerd portret te schilderen van de strijd die met die herrijzenis gepaard gaat. Daardoor verzandt de novelle niet in een traktaat over de mogelijkheden en begrenzingen van de menselijke geest, maar is dit een verhaal dat, helaas, regelrecht uit de dagelijkse realiteit komt. Met alle mooie en minder mooie kanten die daaraan verbonden zijn.

(Dit artikel verscheen eerder op www.boekensite.gent)

« Patrick Modiano – Onzichtbare inkt
Nooit Meer Typen »