Column // Vooruit achteruit 04/06/2015 – Posted in: Blog, Boekbesprekingen

Wat is er eigenlijk het belang van, dat de Gentse boekhandel Limerick ook dienst doet als exporuimte voor de collectie schrijfmachines van de Nederlandse meester Willem Frederik Hermans?

Technische nostalgie? Literair fetisjisme? “Hollandertje-pesten”?

Ik zoek een antwoord in Nooit meer typen. De schrijfmachinecollectie van W.F. Hermans, een erg mooi uitgegeven boek met foto’s van Hermans’ typmachines, gemaakt door Philippe Debeerst (Luster/Podium, 173 blz., € 29,95).

Het boek bevat ook drie essays van collega-schrijvers: Hermans-bewonderaar Christophe Vekeman en typmachinegebruikers Dirk van Weelden en Peter Terrin.

Van die drie schrijft Vekeman het meest over Hermans. Onder meer citeert hij diens stelling ‘dat de enige mogelijke en bijgevolg nastrevenswaardige vooruitgang voor ons mensen van strikt wetenschappelijke en technische aard is’. De schrijfmachine was een technisch hulpmiddel dat Hermans toestond sneller te schrijven, zodat z’n vinger de inspiratie konden volgen. Dat is vooruitgang.

En een zoveelste fundamenteel verschil tussen Hermans en zijn aartsrivaal Harry Mulisch. Die laatste had het grootste wantrouwen jegens techniek en verwachtte dat de mens er op noodlottige manier mee zou vergroeien. De wetenschapper Hermans zag de mens, en niet de machine, als het probleem. In zijn verhaal ‘Preambule’ betreurt de verteller het dat hij niet als machine ter wereld is gekomen.

Toch zit Dirk van Weelden, auteur van het tweede essaytje, op de lijn-Mulisch. De vooruitgang is doorgeschoten toen de machines met elkaar verbonden raakten. Het internet is één grote afleidingsmachine. We scrollen, klikken, surfen, liken en meestal ook nog eens in kringetjes. Vandaar – zo luidt dan het theorietje – de terugkeer naar op zichzelf staande “monomachines”, die maar één ding kunnen en daardoor geconcentreerde activiteit faciliteren. Jonge schrijvers grijpen terug naar de schrijfmachine. De echte muziekliefhebber klikt niet door Spotify-playlists, maar luistert naar vinyl. Daarom, schrijft Van Weelden, is de schrijfmachine nog niet afgedankt: ze is een wapen ‘in de militante strijd om vertellen, nadenken, schrijven en lezen terug te veroveren op de automatisch gegenereerde woordprut die dagelijks over ons wordt uitgestort’.

Worden er tegenwoordig op school nog typcursussen aangeboden, zoals degene die ik volgde toen ik elf was? Ik beleefde er veel plezier aan en tik nog altijd trots met tien vingers. Voor mij geen prehistorische geram met twee wijsvingers, meneer. Maar ja, Facebook hè? En Tzum, Amazon, The Guardian, Stripspeciaalzaak.be en Athenaeum.nl. Misschien moet ik de vooruitgang ook maar eens terugdraaien en een schrijfmachine aanschaffen. Daar win ik gemakkelijk vier uur per dag mee. En wie weet wordt het nog een hipsterding? Dan zijn er over een jaar evenveel schrijfmachine-accessoires en –hulpmiddelen in de handel als verzorgingsproducten voor de baard.

Deze column verscheen vorige vrijdag in De Standaard.

Nooit meer typen: De schrijfmachinecollectie van W.F. HERMANS

« Een nieuwe eigenaar voor de collectie schrijfmachines van Willem Frederik Hermans
Ontdek ons kwalitatief aanbod boeken. »