Eva Meijer – Het schuwste dier 20/04/2020 – Posted in: Boekbesprekingen

Over het belang van een krachtige openingszin zijn meerdere boekenkasten volgeschreven, maar het is een feit: een eerste zin die er staat, zorgt ervoor dat de animo om verder te lezen toeneemt. In het verleden zijn er heel wat schitterende openingszinnen geschreven. Sommige ervan maken zelfs deel uit van het algemeen bewustzijn, al weet niet iedereen meer precies wie die zin eigenlijk heeft geschreven, zoals ‘Jongens waren we – maar aardige jongens’, het memorabele begin van Nescio’s Titaantjes. Maar een goede opener zet de deur open naar de rest van het boek. En dat is exact wat Eva Meijer doet in de heruitgave van haar in 2011 verschenen debuut Het schuwste dier ‘Mijn tante heeft zich aan het einde van een zaterdagmiddag opgehangen, tijdens het reclameblok tussen een kookprogramma en het journaal.’ De zin die daarop volgt, ‘ Ze had de televisie niet uitgezet’, maakt het desolate beeld dat de openingszin oproept compleet.

Het schuwste dier is het relaas van de week die de naamloze verstelster, een jonge vrouw die in Engeland studeert, thuis doorbrengt met haar familie in afwachting van de begrafenis van haar tante en de dagen die daarop volgen. Het is een voor velen herkenbaar verhaal over de moeizame verwerking van verdriet, het omgaan met een werkelijkheid die zich als een onverwachte vulkaanuitbarsting in iemands leven voordoet, de innerlijke strijd tussen onmacht en opstandigheid en over de vaststelling dat het lijkt alsof de tijd stilvalt, maar dat we ons toch gewoon door die tijd voortbewegen, op naar nieuwe dagen: ‘Tijd is niet zo constant als mensen graag geloven – tijd lijkt te meten met klokken en horloges maar iedereen weet dat sommige minuten veel langer duren dan andere.’

Wanneer er een geliefde sterft, slaat dat een peilloos diepe krater in de fundering van een familie. Dat is hier niet anders. Er heerst grote twijfel over de beweegredenen van de zelfmoord (‘wilde ze dit bewust of is het een uit de hand gelopen signaal?’, ‘hadden we dit kunnen voorkomen?’, ‘hoe goed kenden we onze zus, tante, moeder, echtgenote eigenlijk?), irrationaliteit steekt de kop op, lichte jaloezie, teleurstelling en vooral onmacht. Er wordt veel gepraat maar aanzienlijk minder geluisterd, mensen omhelzen elkaar, spreken elkaar en zichzelf moed in. Meijer giet al die elementen met het nodige overleg in de daden van haar personages en de gesprekken die ze hebben. Het sterkst doet ze ze dit in de relatie tussen de vertelster en haar vader, een man die nooit huilt, maar nu wel. Ze is niet in staat hem te troosten want dat zou ‘het feit dat hij huilde bevestigen. Het was beter het huilen te negeren, zoals hij ons huilen negeerde. Bovendien was hij te lang om te troosten, ik zou er niet bij gekund hebben. We waren nu ongeveer even groot maar de afstand was hetzelfde gebleven’.

Die afstandelijkheid, niet enkel tussen vader en dochter maar in het algemeen, tekent zich naargelang het boek vordert steeds scherper af. De vertelster beseft wel dat de zelfmoord van haar tante ook voor haar een soort van keerpunt is, maar ze lijkt die veranderingen (tante dood, eerste lesbische ervaring, groeiende afstand tussen haar en haar beste vriendin) vooral te ondergaan. De wereld overkomt haar en ze gaat daar ootmoedig in mee, een lethargische houding enkel wordt onderbroken door haar wandelingen met de hond. Dan is er wél verbondenheid.

Door dat tekort aan empathie is het moeilijk om een band te krijgen met de personages in het algemeen en de vertelster in het bijzonder. Er staat een emotionele muur tussen personages en lezer en die blijft gedurende de volledige roman overeind, nergens vindt er ook maar de minste vorm van toenadering plaats. Allicht is dat de bedoeling van de auteur, niet vervallen in sentimentaliteit die het verhaal mogelijk in de weg loopt. Maar het zorgt er tegelijk voor dat de identificering tussen lezer en vertelster niet lukt. En dat is een gemiste kans.

« F.B. Hotz – Onrustige dagen: De mooiste verhalen
David Cesarani – Endlösung: Het lot van de joden 1933-1949 »