Bertram Koeleman – Het wikkelhart 20/04/2020 – Posted in: Boekbesprekingen

“Wikkelhart – hart dat bij een operatie omwikkeld wordt met een deel van een borstspier. Deze spier kan een zo grote samentrekkingskracht ontwikkelen, dat ze gemakkelijk de functie van de rechterkamer van het hart kan overnemen. Tevens kan ze de functie van de linkerkamer ondersteunen.” Zo staat het te lezen op de website van Ensie, een encyclopedisch platform dat al sinds 1946 actief is. Het is meteen een passende omschrijving voor de titel en de inhoud van Het wikkelhart, de derde roman van Bertram Koeleman. In dat boek speelt de schrijver een bij tijden zeer uitgekookt spel met zijn hoofdpersonage(s) Dom en Nick, een spel van Dichtung und Wahrheit. Zodanig uitgekookt zelfs dat de lezer aan het eind van de roman met meer vragen dan antwoorden blijft zitten, wat ik in de literatuur veeleer als een sterkte dan een zwakte beschouw.

Koeleman stuurt Dom, een would-be schrijver die het nooit tot écht schrijverschap heeft geschopt, gedurende ruim 240 bladzijden door een ontluisterende helletocht, daarin bijgestaan door Nick, waarvan het onduidelijk blijft of dat nu zijn jeugdvriend is of zijn alter ego. Dom is namelijk de verkorting van Dominick, wat je evengoed kunt lezen als Dom én Nick. Afgaande op de omschrijving van het begrip ‘wikkelhart’, ligt die conclusie voor de hand, ware het niet dat Koeleman telkens elementen in zijn verhaal stopt die ervoor zorgen dat de zekerheden die de lezer in handen lijkt te hebben, steeds opnieuw door diens vingers wegglijden. Dat maakt dat het nooit lukt om dit verhaal volledig te doorgronden. In die zin deed de roman me meer dan eens denken aan de werkwijze van de Amerikaanse cineast David Lynch en dan met name diens iconische tv-serieTwin Peaks waarin de kijker keer op keer op het verkeerde been wordt gezet en dat, in mijn geval althans, nog blijkt te appreciëren ook.

In Het wikkelhart is de hellevaart van Dom, die in gang gezet wordt door een bevreemdende ervaring tijdens een vakantie in Frankrijk, en de daaraan verbonden neergang compleet. Doordat zijn vat op zijn leven steeds minder krachtig is, begint hij, al dan niet om de wereld rondom hem te ontvluchten of uit machteloosheid om zijn demonen recht in de ogen te kijken, zodanig veel te drinken dat de scheidslijn tussen werkelijkheid en hersenschim steeds vagere contouren aanneemt. Koeleman speelt dat spel met zijn hoofdpersonage met een sardonisch soort welbehagen. Telkens als het lijkt dat Dom een klein beetje oprijst uit al de ellende die hem overvalt of die hij zichzelf op de hals haalt, plaatst hij hem midden in een situatie die hem weer helemaal of gedeeltelijk onderuit haalt – en daarmee ook de lezer die in dit boek veel handvatten aangereikt krijgt die nauwelijks of geen houvast bieden.

Daar zit meteen ook de kracht van deze roman. Koeleman laat zijn lezer bij tijden hard werken, eist inspanning, aandacht en focus. Als dank voor al die ijver, krijgt de lezer een fraai gecomponeerd en geschreven boek voorgeschoteld dat nog lang na de laatste bladzijde blijft zinderen, dat doet nadenken over de dunne scheidslijn tussen wat wij percipiëren als waarheid en verzinsel, dat laat zien dat er onder bepaalde omstandigheden niet veel nodig is om ons evenwicht zodanig te verstoren dat we heel diep kunnen vallen én dat mij opnieuw naar een van de meest intrigerende tv-series ooit heeft doen kijken. Voor dat alles kan ik Bertram Koelewijn alleen maar erkentelijk zijn.

« Behrouz Boochani – Alleen de bergen zijn mijn vrienden
Albert Cossery – Grote dieven kleine dieven »